Rechten van de gehandicapte mens en vervoer

Print Friendly, PDF & Email

Onderstaand een antwoord van VWS op vragen van Henk Koldewijn over de rechten van
de gehandicapte mens en vervoer.

Geachte heer Koldewijn,

Graag stuur ik u een e-mail naar aanleiding van ons telefoongesprek. In deze e-mail wil ik ingaan op de vragen die u ons heeft gesteld over het VN verdrag inzake de rechten van personen met een handicap.

U vroeg mij nader in te gaan in te gaan op een aantal door u gestelde vragen.

Allereerst zoekt u meer informatie over wettelijke verantwoordelijkheden over vervoer voor mensen met een beperking, nu door Nederland het VN verdrag is geratificeerd.

In de goedkeuringswet van het VN verdrag inzake de rechten van personen met een handicap staat over vervoer het volgende in de Memorie van Toelichting;

Taxivervoer

De toegankelijkheid van het taxivervoer wordt langs drie wegen gestimuleerd. De Wet personenvervoer 2000 geeft gemeenten de bevoegdheid eisen te stellen aan het locale straattaxivervoer om de kwaliteit ervan te verbeteren. Gemeenten kunnen voorzien in overlegarrangementen met de branche en deze eventueel vastleggen in een verordening voor het locale taxivervoer. Een voorbeeld is de verplichting om ook reizigers met blindengeleidehonden te vervoeren in taxiverordeningen van gemeenten Amsterdam en Den Haag. Ten tweede gelden er voorwaarden voor taxivervoer tussen de vervoerder en de klant. Een goed voorbeeld hiervan zijn de Algemene Voorwaarden voor Taxivervoer voor bij KNV Taxi aangesloten vervoerders. Deze voorwaarden zijn in 2006 opgesteld door ondernemersvereniging KNV Taxi en de Consumentenbond in het kader van de Coördinatiegroep Zelfreguleringsoverleg (CZ) van de Sociaal Economische Raad. Hierin zijn ook enkele voorwaarden in het belang van reizigers met een handicap opgenomen. Het Ministerie van IenM voert overleg met gemeenten over het stellen van begunstigende voorwaarden ten behoeve van reizigers met een handicap in het locale taxivervoer. In de derde plaats gelden met het oog op de toegankelijkheid van taxivervoer voor bijzondere doelgroepen, waaronder personen met een mentale of fysieke beperking, specifieke wettelijke en organisatorische voorzieningen. Het gaat om bijvoorbeeld collectief vraagafhankelijk taxivervoer voor met name ouderen en personen die een bepaalde (vervoer)zorg nodig hebben en om vervoer, zoals de Regiotaxi, in aanvulling op het openbaar vervoer (Wet personenvervoer 2000). Andere voorbeelden zijn vervoersondersteuning in het kader van de bevordering van maatschappelijke participatie (Wet maatschappelijke ondersteuning) vervoer voor leerlingen met een beperking en Valysvervoer als bovenregi-onaal vervoer voor personen met een handicap. In deze typen taxivervoer worden vaak taxibusjes ingezet die via een oprijplaat of lift toegankelijk
zijn voor rolstoelen. Zie verder de toelichting onder artikel 21 inzake persoonlijke mobiliteit.

Artikel 20 Persoonlijke mobiliteit
In de toelichting bij artikel 8 is reeds opgemerkt dat het verdrag bepalingen bevat over door partijen te nemen maatregelen om een omgeving te creëren waarin personen met een handicap een zelfstandig leven kunnen leiden, kunnen participeren in de samenleving en hen toekomende rechten op voet van gelijkheid met anderen kunnen uitoefenen. Artikel 20 (persoonlijke mobiliteit) is zo’n bepaling. Voor voorbeelden van andere bepalingen wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 8. Partijen zijn verplicht alle effectieve maatregelen te nemen om de persoonlijke mobiliteit van personen met een handicap met de grootst mogelijke mate van zelfstandigheid te waarborgen, onder meer door hetgeen onder a tot en met d is vermeld. Binnen het Nederlands publieke zorg-, voorzieningen- en dienstenstelsel is de mobiliteit van personen met een handicap of beperking in diverse wettelijke regelingen gewaarborgd in o.a. de Wet personenvervoer, de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wmo, de Wet overige OCW-subsidies, de Wet op het primair onderwijs en de Wet op het voortgezet onderwijs (leerlingenvervoer), de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA), de AWBZ, de Wgbh/cz en de Arbeidsomstandighedenwet. Deze wetten zijn er (mede) op gericht dat mensen met een handicap zo goed mogelijk kunnen deelnemen aan het maatschappelijk verkeer en regelen dat voorzieningen worden getroffen die faciliteren dat personen met een handicap zich in en om de woning, binnen de directe lokale woonomgeving, binnen de regio en interregionaal kunnen verplaatsen. Daardoor kunnen zij op een acceptabele manier zelfstandig participeren in de samenleving en sociale contacten onderhouden (bijvoorbeeld met mobiliteitshulpmiddelen zoals prothesen, rollators en blindengeleidehonden, vervoersvoorzieningen zoals rolstoel, scootmobiel, vervoerssystemen zoals regiotaxi’s en Valys en verbeterde toegankelijkheid van openbaar vervoer, gebouwen en werkplekken etc.). Over onderdeel a het volgende. In Nederland wordt de persoonlijke mobiliteit van mensen met een handicap nagestreefd door het bevorderen van de toegankelijkheid van het openbaar vervoer en door specifieke voorzieningen aan te bieden voor personen met een handicap. Voor wat betreft het openbaar vervoer wordt verwezen naar de toelichting bij artikel 9. Op grond van de thans geldende Wmo en op grond van de Wmo 2015 zijn gemeenten verplicht voorzieningen te treffen (maatwerkvoorzieningen) ter compensatie van de beperkingen in de zelfredzaamheid of participatie van een cliënt. Gemeenten bepalen samen met de cliënt wat het meest passend is. Dat kan zijn het verstrekken van een vervoermiddel, het organiseren van een vorm van collectief vervoer, een taxivergoeding of een scootmobiel. Voor sociaal-recreatief vervoer bestaat de Valys-regeling. Valys is een reisproduct waarbij mensen met een mobiliteitsbeperking jaarlijks een persoonlijk kilometer budget kunnen krijgen (in 2012 is dat 450 kilometer). Zij kunnen hiermee bovenregionaal (vanaf 5 zones) reizen. Voor de groep mensen die echt niet met het openbaar vervoer kunnen reizen – ook niet met begeleiding – bestaat de mogelijkheid om een hoog persoonlijk kilometer budget aan te vragen. Verder verzorgen gemeenten in het kader van het hen opgedragen leerlingenvervoer het vervoer van leerlingen met een handicap, die daarbij extra ondersteuning nodig hebben. Voor deelnemers met een handicap aan het middelbaar beroepsonderwijs en het hoger onderwijs is er een vervoersregeling in het kader van de Wet overige OCW-subsidies, die uitgevoerd wordt door het Uitvoeringsinstituut Werknemers-verzekeringen (UWV).

Het kabinetsbeleid is erop gericht het openbaar vervoer stapsgewijs toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Over de hele breedte van het openbaar vervoer (trein, bus, tram, metro, regiotaxi) worden vernieuwingen doorgevoerd, die erop gericht zijn het reizen voor personen met een beperking gemakkelijker te maken. Daarbij zijn verschillende soorten beperkingen in beeld: auditief, visueel, verstandelijk en motorisch (waaronder ook mensen met een rollator of scootmobiel vallen). Een goede samenvatting van het stappenplan dat hiervoor is vastgelegd, kunt u vinden in het Besluit toegankelijkheid van het openbaar vervoer, en de daarbij behorende Regeling toegankelijkheid van het openbaar vervoer.

https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/openbaar-vervoer/inhoud/openbaar-vervoer-toegankelijk-voor-iedereen

Deze regelgeving is gebaseerd op de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronisch ziekte, die een speciale regeling voor het openbaar vervoer bevat in paragraaf 4. Deze paragraaf, het besluit en de regeling, zijn van toepassing op alle soorten van openbaar vervoer, zoals hierboven opgesomd. De praktische uitvoering van dit beleid vindt zowel centraal (door NS en ProRail) als decentraal plaats (provincies, stadsregio’s, gemeenten en via de vervoervoorwaarden van de openbaar vervoerbedrijven). In de vervoervoorwaarden zijn ook regels voor bijvoorbeeld het gebruik van de scootmobiel vastgelegd.

U heeft ons gevraagd of een begrenzing van het aantal reiskilometers wel past bij het VN Verdrag. Mensen met een beperking moeten zoveel als mogelijk gebruik kunnen maken van de algemene vervoersvoorzieningen. Daar waar dit niet mogelijk is worden specifieke vervoersvoorzieningen, zoals Valys, aangeboden. Op basis van voortdurende investeringen in de toegankelijkheid van het OV is de verwachting gerechtvaardigd dat het specifieke doelgroepenvervoer in omvang zal afnemen.

Binnen het Valysvervoer onderscheid ik twee soorten reizigersgroepen, waarvoor de kilometerbudgetten gedifferentieerd zijn. Een grote meerderheid betreft pashouders die in principe ook van het OV gebruik kunnen maken (Valyspashouders krijgen standaard het ‘standaard persoonlijk kilomertbudget’ (pkb) van 600 km per jaar). Daarnaast is er een kleine groep van wie niet verwacht mag worden dat zij ooit van het OV gebruik zullen maken. Zij kunnen in aanmerking komen voor een ‘hoog persoonlijk kilometerbudget’ van 2250 km per jaar. Met deze systematiek wordt de ketenrit (combi taxi/trein) zo veel als mogelijk gestimuleerd. Mensen die een ketenrit boeken gebruiken minder kilometers en kunnen daarmee langer doen met hun kilometerbudget.

Ook vroeg u ons naar de rol van gemeenten bij Valys. Een van de uitgangspunten van de Wmo2015 is het laten aansluiten van ondersteuning op de individuele situatie van mensen en daarin maatwerk te leveren. Gemeenten hebben de opdracht om in gesprek te gaan met de cliënt en in beeld te brengen wat zijn of haar ondersteuningsvraag is. Vanuit deze wettelijke verplichting gaan wij er dus vanuit dat gemeenten Valys een onderwerp van gesprek maken wanneer een wmo-ondersteuningsvraag erop wijst dat er behoefte is aan sociaal-recreatief vervoer. Iemand heeft recht op Valys wanneer iemand in het bezit is van één van de volgende documenten:
• een bewijs van de gemeente dat u recht heeft op Wmo-vervoer (zoals bijvoorbeeld een Regiotaxipas);
• een bewijs van de gemeente dat u recht heeft op een Wmo rolstoel of -scootmobiel;
• een gehandicaptenparkeerkaart van de gemeente;
• een OV-Begeleiderskaart.
Ik ga ervan uit dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd.

Met vriendelijke groeten,

Publieksvoorlichting VWS
Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Postbus 20350
2500 EJ Den Haag
www.rijksoverheid.nl